Sinds 1925

Imkervereniging in Baarn

Bijenhouders Baarn vierde haar eeuwfeest. Om precies te zijn: de oprichting vond plaats op 11 februari 1925. Daarmee schaart ze zich in het rijtje lokale imkerverenigingen in het land dat de eeuw heeft bereikt.

Honderd jaar later werd er op 8 februari met imkers (leden), oud-imkers en genodigden van verenigingen uit de buurt en betrokkenen teruggekeken op de voorbije jaren.
Voorzitter Geurt Wegerif heette de aanwezigen welkom in de Oudheidkamer van de Historische Kring Baerne. Daar was een tentoonstelling ingericht met opmerkelijke zaken uit de archieven van de vereniging. Frank Moens, secretaris van het bestuur, belichtte in zijn presentatie de hoogtepunten.

Het hoogtepunt voor de jarige vereniging was de overhandiging van de Koninklijke Erepenning door wethouder Mark Eijbaard, in de functie als Loco-Burgemeester. De Erepenning is de koninklijke waardering voor de vereniging en haar activiteiten in de afgelopen 100 jaar.

Loco-burgemeester Mark Eijbaard (midden) heeft het bestuur van Bijenhouders Baarn de koninklijke onderscheidingen overhandigd.

Bijenhouden vindt al sinds mensenheugenis plaatst. Pas eind 19e eeuw verenigden imkers zich in een landelijke vereniging. Aangezien het praktisch houden van bijen lokaal gebeurt, ontstonden in het begin van de 20e eeuw overal in het land lokale verenigingen. In 1925 verenigden 38 imkers in Baarn, Soest en Eemnes zich met onder andere als reden om gezamenlijk voordelig de suiker voor het inwinteren van de volken in te kopen. Daarnaast was het vanzelfsprekend dat er verenigingsavonden werden gehouden en kennisuitwisseling plaatsvond over het houden van honingbijen. 

Bijenhouders Baarn heeft zich uiteraard vanaf het begin ten doel gesteld lokale imkers te faciliteren. Er werden locaties ingericht waar bijenvolken zonder overlast voor bewoners geplaatst kunnen worden. Vooral in de beginjaren, met name tijdens de WOII bezetting, was de collectieve inkoop van goedkope suiker als wintervoer voor de bijenvolken een belangrijke drijfveer lid te zijn.
De Tweede Wereldoorlog trok zijn wissel op het imkerleven. Lichtpuntje was dat suiker verkrijgbaar bleef én ook de tabak om de bijenpijpen te kunnen laten roken. Dat laatste leidde tot een stijging van het aantal leden. Of deze nieuwe leden bijenvolken hadden was niet duidelijk. Ze staan te boek als ‘tabaksimkers’. Na de oorlog nam het ledental snel af tot gemiddeld 40 leden in de jaren daarna.

Aanhef van de notulen van de oprichtingsvergadering op 11 februari 1925 (archief Bijenhouders Baarn)

De komst in 1983 van de Varroa-mijt, een parasiet die huist in de volken en ze ten ten gronde richt, ontnam voor de nodige imkers de aardigheid van hun hobby en stopten ermee. Het ledental zakte tot een dieptepunt. Maar 15 imkers stonden te boek als lid. Dankzij methoden om de varroa te beperken én de enorme aandacht die het sterven van de bijenvolken begin deze eeuw kreeg, nam het aantal nieuwe imkers toe. Bijenhouders Baarn groeide geleidelijk. In het jubileumjaar nam het aantal tot meer de 25 leden.

Direct bij de oprichting was ook duidelijk dat het om meer ging dan imkers en bijenhouden. De fascinatie voor het reilen en zeilen in het bijenvolk overbrengen op de jeugd en volwassenen werd uit de eerste verslagen uit die jaren wel duidelijk. Het aanbieden van een glazen bijenkast aan de toenmalige School- en Werktuinen illustreert dat. De band met de opvolger, NMC De Groene inval, is nog steeds hecht. Zo vinden jaarlijks bijenlessen voor de basisscholen plaats en zijn de imkers bij allerlei manifestaties present.

Aandacht voor biodiversiteit

Ging het in het verleden in de vereniging vooral over het houden van honingbijen, tegenwoordig is verbetering van het leefgebied, de biodiversiteit ook een belangrijk thema.Baarn is rijk voorzien van bomen die ook voor bijen interessant zijn. Maar ondanks dat loopt de ‘bijenweide’, het gebied met bloemen waar bijen kunnen foerageren terug in omvang en kwaliteit. Meer bij-vriendelijk bomen planten en grasvelden bloemrijker maken, zou voor talloze bloembezoekende insecten van meerwaarde zijn.